|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
Het Provinciaal domein van de Kesselse heide is een van de groene longen die onze gemeente rijk is. Een tripje naar het heidelandschap is altijd een goed idee voor een ontspannende wandeling, een rustige en misschien ook romantische picknick, of om de kinderen eens goed te laten ravotten in het zand. Wat honden betreft: die moeten aan de leiband blijven!
Het gebied ligt ten NO van de Kesselse dorpskom en ten westen van het centrum van Nijlen.Ten Noorden van het heidegebied stroomt de Kleine Nete met een typisch beemdlandschap op de grens. Deze beemden zijn bedoeld als overstromingsgebied, maar blijven sinds de ophoging van de dijken tijdens de grooste tijd van het jaar droog. Zuidwaarts vormt de Kesselse heide één geheel met een bosrijk, moerasachtig gebied, 'Het Goor'. Ook dit gebied blijft gevrijwaard van bebouwing zodat de deelgemeenten Kessel en Nijlen door groene natuur van elkaar gescheiden worden.
De heide is vermoedelijk ontstaan in de oertijd, toen de loofwouden stilaan verdewenen door klimatologische wijzgingen en de woeste heidevelden op meerdere plaatsen in ons land ontstonden. In de middeleeuwen waren het de boeren met hun schapen die de heide in stand hielden, maar in de 18e eeuw begon men op grote schaal bomen (vooral dennenbomen) te planten op de heide. Slechts enkele heidevlakten ontsnapten aan de bebossing. Deze zijn nu beschermd als natuurreservaat en blijven zo voor de toekomst bewaard, zodat ook uw achterkleinkinderen nog op de heide een portie gezonde buitenlucht kunnen opsnuiven.
|
 |
|
 |
Het was in 1978 dat het provinciebestuur van Antwerpen de Kesselse heide aankocht en het zo van verkaveling redde. Na ruiling van enkele percelen zijn de twee stukken nu een homogeen geheel met een oppervlakte van niet minder dan 43 ha ! De wandelpaden kronkelen over het ganse domein door de natuurlijke begroeiing en gaan langs open zandvlakten en vijvertje met een eilandje. De afwisselende bodemvegetatie zorgt voor mooie kleurschakeringen. We bemerken er ondermeer de lijsterbes, de berk, brem, jeneverbessen en pijpestrootjes. Deze laatste heeft in een heidelandschap natuurlijk concurrentie van zowel de dopheide als de struikheide, die het landschap op een paars, roze en blauwe lappendeken laten lijken.
Een ander typisch element van een heidelandschap is een ven, een vaak ondiepe, kleine vijver. In de Kesselse heide zijn er 2 plaatsen die in aanmerking komen. Er is een klein ven ten NW van de parking, maar veel bekender is 'het visvijverke'(zie foto), ten Noorden van de parking. Deze hoefvormige vijver heeft een klein schiereilandje, dat bij hoge waterstand een echt eilandje wordt. In een droge periode zult u er bijna geen water aantreffen. Het onstaan ervan is moeilijk te verklaren. Sommige beweren dat het een camouflageput was voor een kanon in WO I, maar op een topografische kaart van 1900 staat de vijver reeds aangegeven en dus bestaat het vijvertje al langer.
|
 |
|
 |
Het zijn de planten die ervoor zorgen dat de heide zijn grondstructuur heeft, maar tegelijkertijd bepaalt de aard van de bodem dan weer welke planten we op de heide aantreffen. De heidebodem bestaat uit grof, korrelig zand dat de eigenschap heeft zeer makkelijk water en voedselresten door te laten. Over het algemeen is de heide droog en voedselarm en dus moeten planten die hier groeien daaraan aangepast zijn. Bovendien heeft ook de wind op het droge zand vrij spel. Dit is ondermeer het geval op de grote zandvlakte, ten zuiden van het visvijverke. Er gebeurt op die zandvlakte veel recreatie en de winderosie is er sterk.
Zonder beheerswerken zou de heide vrij snel evolueren naar een bos.
Vooral de berk en de vogelkers maken dan snel opgang. Waar er op de heide een vruchtbare bovenlaag (humus) ontstaat, schieten de bomen op en komt de heideplant in de verdringing. Het zijn overigens niet de heideplanten, maar wel grassen als het pijpestrootje, die overheersen. Momenteel is er begrazingsproject aan de gang, met schapen die de heide afgrazen en zo het specifieke landschap moeten bewaren. De heide is hoe dan ook een boeiend gebied, dat er in elk jaargetijde weer helemaal anders uitziet.
|
 |
|
|