Home page FietselierenFietselieren 2011Foto-archiefGemeentenDiversenCodeSponsorsLandelijke gildenGastenboekContact
Lier
Lier
Geschiedenis
In de regio
Geboren in Lier
Bezienswaardigheden
Duffel
Bezienswaardigheden
Duffelse figuren
Putte
Alice Nahon
Molenijzer
Boerenkathedraal
Koningshooikt
Kessel
Kesselse heide
Bevel
Kruiskesberg
Gestel
Hof van Rameyen
Schandpaal
Bezienswaardigheden

Sint Gummaruskerk

De Sint-Gummaruskerk (Brabants-gotische stijl, uit de 14e, 15e en 16e eeuw)

De Sint-Gummaruskerk in Lier (Provincie Antwerpen, België) is een Brabants-gotische kerk die dateert uit de 14e, 15e en 16e eeuw. Verschillende leden van de familie Keldermans evenals Herman en Domien de Waghemakere behoorden tot de bouwmeesters. De toren is 83 meter hoog.
Oorspronkelijk was de toren voorzien van een gotische torenspits. Deze brandde in 1609 en in 1702 af. Nadien werd in rococostijl een achtkantig koepdak ontworpen. Deze geeft de toren zijn kenmerkend huidig uitzicht en vormt tevens de basis voor de bijnaam van de toren 'De Peperbus'.
Op 20 oktober 1496 werd er het huwelijk van Filips de Schone en Johanna van Kastilië ingezegend.
Eenmaal per jaar (zondag na 10 oktober) wordt het reliekschrijn van de Heilige Gummarus, dat in de 17e eeuw van gedreven zilver werd gemaakt, meegedragen in een processie door de straten van Lier.





Zimmertoren

De Zimmertoren (voorheen Cornelistoren genoemd)

De Zimmertoren is een toren in Lier, België, genoemd naar uurwerkmaker Louis Zimmer, en is het resultaat van het verbouwen van de middeleeuwse Corneliustoren die een deel was van de eerste omwalling rond de stad.

Het bouwjaar van de toren is niet precies bekend, maar ligt voor 1425. De toren werd in 1812 door het gemeentebestuur verkocht, maar werd na de Eerste Wereldoorlog weer aangekocht, omdat het stadsbestuur de toren wilde laten afbreken. In 1928 schonk Zimmer de stad Lier een uurwerkmechanisme (de Jubelklok) dat diverse tijden en kosmische en andere periodieke verschijnselen aangeeft. Er werd besloten dit uurwerk onder te brengen in de bouwvallige Corneliustoren, die daartoe werd verbouwd en gerestaureerd en sindsdien Zimmertoren wordt genoemd. De inhuldiging van de Zimmertoren vond plaats op 29 juni 1930.

De Wonderklok, die zich sinds 1960 in een paviljoen naast de Zimmertoren bevindt, is het magnum opus van de uurwerkmaker uit Lier. Zimmer kreeg er felicitaties voor van onder andere Albert Einstein. Deze klok bevat onder meer de traagst bewegende mechanische wijzer ter wereld (één omwenteling per 25.800 jaar samen met de precessie van de aarde). Later breidde Zimmer het geheel nog uit met een planetarium.

Op het pleintje voor de toren werd een voorstelling van het zonnestelsel ingericht, met de voorstelling van de kleine planeten Felix (1664) en Zimmer (3064), die naar Felix Timmermans en Louis Zimmer zelf werden genoemd en ontdekt werden in 1929 en 1984.



Grote markt

De Grote Markt met middeleeuws belfort, 18e-eeuws stadhuis en oude gildehuizen.

De Grote Markt heeft vanuit de lucht gezien een driehoekige vorm. Dit wijst erop, dat Lier een Frankische oorsprong heeft. In veel Vlaamse gemeenten zie je dergelijke plaatsen, die soms nog de oorspronkelijke naam "dries" dragen.

Verscheidene Lierse bekenden werden trouwens geboren in huizen aan de grote markt:nr 14-15 Raymond de la Haye, de kunstschilder die in Luik sneuvelde op zeer jonge leeftijd.

nr 26 Isidoor Opsomer, de bekende portretschilder, later Baron Opsomer.

nr 33 Anton Bergmann, de geschiedschrijver van Lier en auteur van "Ernest Staas, advokaat".

nr 67-69 Jean-Baptist David, voorvechter van de Vlaamse beweging, waaraan het Davidsfonds zijn naam ontleent.



Nete

De rivier de Nete, waar de Kleine Nete en de Grote Nete samenvloeien.

Ontstaan van Lier

Lier ligt aan de samenvloeiing van de Grote en de Kleine Nete. Dat is natuurlijk geen toeval: het houdt verband met de ontstaansgeschiedenis van vele steden in de vroege middeleeuwen.

Toen was immers transport over land tamelijk duur, en men kon slechts in bepaalde seizoenen relatief kleine vrachten vervoeren.

Over water was men minder afhankelijk van weer en wind. De vervoerde last voor eenzelfde kracht was ook veel groter, en bovendien was het comfortabeler reizen.

Zo ontstonden vele nederzettingen bij belangrijke waterknooppunten. Men bouwde niet vlakbij de rivier, want dat was meestal moerassige grond, maar op hoogten die zich in de buurt bevonden.

Eén van de eerste kernen van Lier heette "Nivesdonck", een lichte heuvel vlakbij deze plaats.

De Nete in Pallieter

Timmermans is altijd gefascineerd geweest door de Nete. Dit stukje natuur speelde dan ook een grote rol in veel van zijn werken.

Zo situeert Timmermans het huis van Pallieter, de Reynaert, op het lager gelegen deel van de dijk aan de binnenzijde van de stadsmuren. Je herkent deze plaats aan de volkstuintjes.

De schrijver fantaseert verder, en ziet voor zijn geestesoog een groot bos aan de overzijde van de Nete. Hij noemt het de "Begijnenbossen" en laat Pallieter er een boom redden.

Pallieter wordt ook verliefd op de molen van Fransoo, in Pallieterland. Hij krijgt er maar niet genoeg van. Het doet de schrijver dan ook zeer als "een boerken van Wieckevorst" de molen afbreekt en ermee wegtrekt...



Stedelijk museum

Het Stedelijk Museum Wuyts-Van Campen en Baron Caroly (schilderijen, zilver- en beeldhouwwerk)



Timmermans Opsomerhuis

Het Timmermans-Opsomerhuis (museum gewijd aan verschillende Lierse kunstenaars)

Je vindt dit uitgebreide pand naast het stadspark en het oude stedelijk zwembad.

Let ook even op het standbeeld van Van Boeckel, de kunstsmid, dat zich in het stadspark naast de weg bevindt.

Als je even tijd hebt, loop dan zeker even binnen in het museum. De toegangsprijs is zeer laag en je vindt er tal van kunstwerken en een overvloed aan informatie over de Lierse kunstenaars.

Maak daarna ook tijd om door het stadspark te wandelen. Via de bruggetjes geraak je op de eilanden in het midden van de vijver. Je ziet waarom hier reeds duizenden trouwfoto's genomen zijn.

Een kijkje binnen het Timmermans-Opsomerhuis

-
We vinden onder andere volgende lokale beroemdheden terug:Baron Isidoor Opsomer, schilder, won diverse nationale en internationale prijzen. In 1940 werd hij in de adelstand verheven.

- Raymond de la Haye: schilder die bij Luik sneuvelde in 1914. Hij stond bekend als een eigenzinnig man die bij wijlen zijn tijd ver vooruit was.

- Anton Bergmann: geschiedschrijver en literator. Hij schreef onder andere "De geschiedenis van de stad Lier". Hij stierf in 1874.

- Lodewijck Van Boeckel: kunstsmid die vele prijzen in de wacht sleepte. Anno 1900 was hij de absolute top in zijn branche. Op de wereldtentoonstelling van Parijs in dat jaar kreeg hij dan ook de hoogste onderscheiding.

- Renaat Veremans, toondichter. Overleden in 1969, maar zijn werk doet alles behalve oubollig aan. Het wordt ook nu nog regelmatig uitgevoerd.

- Flor van Reeth, kunstschilder en bouwmeester. Samen met Timmermans en Ernest van der Hallen richtte hij in 1923-1924 de pelgrimbeweging op. Hij stierf in 1975.

- ... en natuurlijk: "de Fé"



Begijnhof



Het begijnhof met de Sint-Margaretakerk

Het begijnhof te Lier

Als je via de stadswandeling het begijnhof betreedt, kijk je recht op de oudste straat ervan: de Sint-Margarethastraat, oorspronkelijk "Reghtestraat" genoemd.

In deze straat spreekt men reeds omstreeks 1200 van "Beghinae Clausae" die "een oude saele van een huys" kregen om er een "kercke of capelle af te maecken".

In die tijd behoorde het deel aan de huidige stadsvesten dus nog niet tot het grondgebied van het begijnhof.

Met de tweede uitbreiding omstreeks 1425 veranderde dat. De "Ekelveste" (nu Begijnenvest) werd met de Bodegemstraat en de Martienushoek verbonden en dus werd dit stuk onbebouwde zone in feite deel van het begijnhof.

Het achterste convent

Het kost niet veel moeite om dit relatief grote gebouw rechts van de poort op te merken.

De naam doet vermoeden dat er ook een "voorste convent" moet zijn. Dat was inderdaad het geval: de huizen nummers 16 en 18 staan op de plaats waar ooit dit voorste convent was. Enkel een klein bijgebouwtje van het voorste convent rest nog. Je vindt het in de Symforosastraat.

Het achterste convent werd in 1595 gebouwd na een schenking. Het was bedoeld voor zeven begijntjes en bestond uit drie gebouwen. Later werden deze samengevoegd.

Tegenwoordig wordt dit gerenoveerde gebouw gebruikt voor tentoonstellingen van lokale kunstenaars.

Het loont de moeite om binnen eens een kijkje te nemen. Het valt op hoe onpraktisch dergelijke gebouwen ingedeeld zijn, en hoe klein de ruimtes zijn in vergelijking met de ruim ogende buitenkant.

De oude Nieuwstraat

Dit straatje verbindt het Oud Kerkhof met de Martinushoek. Het heette ooit "Nieuwstraat" omdat het pas in de veertiende eeuw tot het begijnhof ging behoren.

In deze straat vind je naast nr. 9 nog een poortje dat nu het tuinhuis is van een woning in de Sint-Margarethastraat, maar dat ooit tot het Oud Convent behoorde.

Als je de Symforosastraat uitwandelt richting begijnhofkerk, zie je het standbeeld van Symforosa staan, één van de bekendste figuren van Timmermans.

Het verhaal van Symforosa of Symphorosa

Symforosa is een jong begijntje, een religieuze vrouw die niet de strenge kloostergeloften heeft afgelegd maar toch een devoot leven wil leiden.

Ze wordt verliefd op de tuinier Martienus. Deze merkt dat echter niet en besluit broeder te worden.

Symforosa wordt er ongelukkig van, en ze krijgt van haar "meesteresse" de toelating om op beeweg te gaan naar het klooster waar Martienus is.

En dan volgt de ommekeer: "Alle zelfzucht loopt weg. Z'is blij omdat hij gelukkig is. [...] Ze heeft Martienus bemind om hem te huwen, dat weet ze nu. Maar nu ze hem gezien heeft in zijn pij en in dit geestelijk geluk, is dit allemaal ineens weggevaagd."

Timmermans vertelt dit verhaal op een sobere manier, maar de karakters en de gevoelens van de personages worden innig en warm weergegeven. Velen beschouwen het nog steeds als zijn beste novelle.

Het begijnhof en Lierse kant

Was Symforosa niet slechts een fantasiefiguur geweest, dan had ze wellicht Lierse kant gemaakt, want dergelijk werk was een typische activiteit voor begijnen.

Lier is altijd een centrum van de textielnijverheid geweest.

In 1275 verleende hertog Jan I de toestemming om het weversgilde op te richten.

In 1294 volgt een charter tussen Jan II en de Engelse koning Edward I, getekend te Lier, waardoor de Brabantse export belangrijker wordt dan de Vlaamse.

In 1326 krijgt Lier het privilege van de Hoge Halle: men mocht laken verhandelen in een speciaal daartoe gebouwde lakenhalle.

Maar halfweg de vijftiende eeuw begint de lakennijverheid te tanen. In die periode wordt wel het gilde der kleermakers opgericht en nog later dat van de borduurwerkers.

Voor de echte heropbloei van de textielnijverheid moeten we wachten tot de komst van de fabrieken van De Heyder in de achttiende eeuw. Omstreeks die tijd vindt Heacott in Engeland ook het mechanisch geweven tulle uit, een belangrijke voorwaarde voor Lierse kant.

Toen was er enkel nog de creativiteit van de grootvader van Timmermans nodig om de Lierse kant zelf uit te vinden. Hij kwam op het idee om tekeningen op deze tulle aan te brengen met de haak of de naald in kettingsteek.

Men begon met kleine kantjes ter versiering van kledij, maar spoedig leerde men grotere stukken te maken. Timmermans startte ook met het gebruik van parels uit Venetië. Nog later borduurt hij ook Duitse paillettes in.

Tijdens de eerste wereldoorlog viel de nijverheid eerst stil, maar dankzij het ingrijpen van Rachel Timmermans, de zus van Felix, leefde de handel weer op.

Zij vond het parelen handtasje uit, dat eerst in eigen land, maar later ook in de VS en Canada en over de hele wereld populair werd. Spoedig stelde de kantwerkerij te Lier weer duizenden mensen te werk.

Tot op vandaag wordt Lierse kant beoefend. Deze soort heeft de naam de moeilijkste te maken zijn van alle kantsoorten, omdat een fijne oog-handcoördinatie en een scherpe blik vereist zijn voor het aanbrengen van de tekeningen met de ragfijne katoendraad. Echte Lierse kant is dan ook nooit goedkoop.





Woonplaats Felix Timmermans



De woonplaats van Felix Timmermans (De Heyderstraat 30).

De Heyderstraat en de Kluizekerk

Deze straat is om drie redenen interessant:De textielfabriek "De Heyder" was ooit hier gevestigd. Het was één van de eerste industriële ondernemingen van ons land (1757) en de grootste van de provincie Antwerpen.

De Kluizekerk, een in oorsprong Jezuïtenkerk, maar momenteel in verval. De eerste kerk werd er gebouwd in 1262, maar die werd afgebroken en in 1410 kwam er de huidige kerk voor in de plaats. De neogotische toren dateert van 1865.

Het huis van Felix Timmermans, dat huisnummer 30 draagt. Een korte biografie

In 1886 en wel op 5 juli werd Leopold Maximiliaan Felix Timmermans geboren als dertiende kind in een gezin van veertien kinderen.

De vader was kanthandelaar en z'n moeder was de dochter van een Kempische smid.

In 1903 publiceert hij voor de eerste keer, in "Vlaamsche Arbeid". Vanaf 1905 koos hij voor de schuilnaam "Polleke van Mher".

In 1910-1911 schrijft hij enkele somber getinte werken zoals "Schemeringen van de dood" (1910).

Maar plots, na een zware ziekte, keert het tij en verschijnt "Pallieter" van zijn hand (1916). Een roman over een jonge, levenslustige man die we in deze wandeling nog zullen tegenkomen.

In de daaropvolgende jaren publiceert Timmermans een indrukwekkende verscheidenheid aan genres: van religieuze werken met een historisch tintje ("Het Kindeken Jezus in Vlaanderen", 1917), tot toneelstukken ("En waar de ster bleef stille staan", 1924), en een semi-realistische roman zoals "Boerenpsalm" (1935).

Mede hierom wordt Timmermans beschouwd als één van de belangrijkste schrijvers van het Nederlandse taalgebied.

Hij kreeg dan ook verscheidene prijzen en onderscheidingen, waaronder de Staatsprijs voor Nederlandse Letteren (1920) en - uit Duitse handen - de Rembrandtprijs (1942).

Dat laatste echter bleek meer een vloek dan een zegen. Hoewel het dossier al jaren geseponeerd is, beschouwen sommigen hem nog steeds als collaborateur.

Timmermans' dood in 1947

Reeds in 1940 krijgt Timmermans zijn eerste waarschuwing: z'n hart wilde niet goed mee en hij werd gedwongen wat meer te rusten.

Die gezondheid ging nog verder achteruit. Vanaf het einde van de tweede wereldoorlog was Timmermans zeer zwak. In 1947 overlijdt hij, op 24 januari.

Timmermans laat een indrukwekkend oeuvre na. Naast zijn overbekende literaire werk was hij ook tekenaar, schilder, etser en linosnijder. Hij gaf talrijke voordrachten en was zelfs redacteur van het Vlaams-nationalistische "Volk".



Standbeeld Pallieter



Het standbeeld van Pallieter

Dit beeld zet Pallieter op de wereld zoals Timmermans hem beschreven heeft: eenvoudig, met de handen in de zakken, naar de hemel turend. En vooral als levensgenieter.

Want het woord "Pallieter" is de Nederlandse taal binnengedrongen met de betekenis van "levensgenieter".

We staan hier niet ver van de plek waar Timmermans het huis van Pallieter, de Reynaert, situeert. Pallieter woont er met zijn huishoudster Charlotte, de hond Loebas, het paard Beiaard, en nog andere dieren.

Tijdens de kermis wordt Pallieter verliefd op het petekind van Charlotte, Marieke. Hij trouwt haar en ze krijgen een drieling.

Maar dan komt het nieuws dat er een spoorlijn aangelegd zal worden. Pallieter laat het niet aan z'n hart komen en trekt de wijde wereld in.

Noot: Was Timmermans helderziende? Anno 2002 liggen inderdaad plannen voor die een spoorlijn willen trekken met bermen tot 19 meter hoog, pal naast het Lierse stadscentrum. Daarover zullen bijna 200 treinen per dag donderen en dus merkbare overlast met zich brengen.

Het totstandkomen van Pallieter

Februari 1911. Timmermans ondergaat een zware heelkundige ingreep. Het zou een keerpunt worden in zijn leven.

Waar de schrijver voordien somber getinte werken op zijn naam had ("Schemeringen van de Dood"), verandert de toon volledig.

Het eerste van deze nieuwe werken, Pallieter, verschijnt vlak voor de eerste wereldoorlog. Het geeft blijk van een enorme levensvreugde die zich van de schrijver meester heeft gemaakt.

Nochtans is Pallieter geen autobiografisch masker. Evenmin heeft Timmermans hem als een symbool bedoeld.

Maar buiten Timmermans' wil om, dankzij de vertalingen in het Duits, Frans, Italiaans, Deens, Fins, en nog tal van andere talen, is Pallieter gegroeid tot een symbool van het Vlaamse volk dat naast Tijl Uilenspiegel kan staan.

Pallieter leeft!

Het boek "'Pallieter" is niet enkel in meer dan 40 talen vertaald, het is ook verfilmd en er is een musical van gemaakt.

De film dateert van 1976. Voor de regie tekende Roland Verhavert, die in 1989 ook "Boerenpsalm" zou verfilmen.

Prominente acteurs zijn onder andere Eddie Brugman, Jacqueline Rommerts, Sylvia de Leur, Idwig Stephane, Joris Diels, Jan Decleir en Peter Faber.

De musical sloot het Timmermansjaar 1997 af, maar was tegelijk een grootse viering van het 75-jarig bestaan van de Lierse Academie voor Muziek, Woord en Dans.

In de hoofdrol vinden we Gunther Levi. Jos Doms nam de regie voor zijn rekening. De muziek en de teksten waren van de hand van Willy Van Couwenberghe. Freddy Mariën was de dirigent van het orkest en Yuri Spies was de bewerker.

Verder namen meer dan 350 enthousiaste Lierenaren deel, wat de musical tot een professioneel hoogstandje maakte.



Heilig Hart kerk

De Heilig Hartkerk van architect Flor van Reeth



Sint Pieterskapel



De Sint-Pieterskapel, een Romaans-Gotische kapel gebouwd rond 1255.L

Deze Romaans-Gotische kapel werd gebouwd rond 1255. De kapel kende heel wat tegenspoed.

De Fransen haalden ze leeg en verkochten de inboedel. En ze brandde zelfs volledig af tijdens de eerste wereldoorlog.

Maar in 1920 werd met de restauratie begonnen (kanunnik Lemaire en bouwmeester Van den Daele). Men moest daarbij soms zelfs raden naar het oorspronkelijke uiterlijk.

Het koor (foto 1 rechterzijde) is kegelvormig en halfrond. Als je binnengaat, merk je dat het verdeeld is in vier segmenten.

Het interieur is sober, maar voor de aandachtige toeschouwer zijn er nog enkele verrassende ontdekkingen:de houten zoldering toont geschilderde heiligenmedaillons

Het schilderij "De moord op priester Frederegus" (onbekend meester, 1689) vertelt het verhaal van een inval van de noormannen. Ze vielen de kerk binnen en doodden de priester. Hierop zouden de invallers blind geworden zijn, en onder luid gelui van de kerkklokken buitengelopen zijn.

Het lege graf van Sint-Gummarus, patroonheilige van Lier, bevindt zich achter het altaar.



Gevangenenpoort



De Gevangenenpoort, een overblijfsel van de eerste stadsomwalling van Lier.

De Gevangenpoort, vroeger Eikelpoort of Eekelpoort, is één van de overblijfselen van de eerste wal rond Lier. Hij werd in 1375 gebouwd en verbouwd in 1728. Je kan duidelijk de gotische en classicistische kenmerken onderscheiden.

Aan de buitenzijde van de poort valt een groot bakstenen gebouw op: het rusthof Van Acker - Peeters dat in 1903 gebouwd werd. Het is een mooi hoekcomplex in eclectische stijl. Let vooral op de ijzeren vorstkam op het dak en aan de binnenzijde op de waterput met smeedijzerwerk.

Aan de overzijde van het rusthof zie je een breedhuis met een geschilderd opschrift "Het Belofte Land Herberg" met twee mannen die een druiventros dragen.

Dit motief is van de hand van Felix Timmermans (prent in Schoon Lier, eerste druk, pagina 36). Het reliëf is kenmerkend voor zijn stijl: eenvoudig, volks. En het vertelt een verhaal.

Het Belofte Land is nu een restaurant, waar kok Steven Bes met zijn gedurfde creaties in zuiderse stijl de gasten culinair verwent. Een aanrader, reserveren is dus nodig (tel. 03 488 22 56).

De "Eekelpoort" van 1375

"De eerste omheining werd in de eerste helft der XIVe eeuw voltrokken, door het afmeten der vesten van de Mechelsche-Binnenpoort tot aan de Eekelpoort, en van daar tot aan de Nethe nabij St-Jansbrug (1317) en in de tweede helft werden de poorten gebouwd: de Lisperbinnenpoort in 1368, de Eekelpoort in 1375 en eindelijk de muren en de toren nabij de Mechelse-Binnenpoort in 1383."
(Anton Bergmann, "De Geschiedenis van de stad Lier", 1873)

In die tijd stonden er twee poorten: deze, aan de binnenzijde van de vestgracht, en een andere aan de buitenzijde. Ze waren door een brug verbonden. Van deze oude voorpoort legde men in 1912 de grondvesten bloot.

Omstreeks zestienhonderdvijftig begon men de poort te gebruiken als een gevangenis. Vandaar de huidige naam "Gevangenenpoort".

Het was pas tussen beide wereldoorlogen dat dit gebruik stopte. Op 17 december 1980 werd de poort bij K.B. beschermd, en klasseerde men ook de omgeving als beschermd stadsgezicht.

Verbouwingen in 1728 en later

"Op andere plaatsen onderging de stad voordeelige veranderingen. Reeds was de Lisperbinnenpoort afgebroken; op 18 September 1765, ontving de stad de noodige toelating om de andere binnenpoorten te slopen. De oude Eekelpoort was reeds in 1728 door de huidige poort vervangen, en de binnenvesten verdwenen deels in het behandelde tijdvak [17de eeuw], deels onder Jozef II."

(Anton Bergmann, "De Geschiedenis van de Stad Lier", 1873).

In de achttiende eeuw was het plein tussen de poort en de Corneliustoren (nu Zimmertoren) nog een kade. Oude Lierenaars spreken trouwens nog altijd van "de kô" als ze het over het Zimmerplein hebben.

Aan deze oude kade loste men jaarlijks 350 schepen. Met het toegenomen vervoer over water en vooral de steeds maar groter wordende schepen, verloor deze kade stilaan zijn betekenis.

In 1912 dempte men de waterloop en legde men er een plein aan, het Wilsonplein. Nog later, met de verbouwingen van de Corneliustoren tot Zimmertoren, veranderde de naam in Zimmerplein.